NELS ANDREWS - PIGEON AND THE CROW

Het was best even slikken bij de vaststelling dat het al meer dan vijftien jaar geleden is, dat Nels Andrews ons compleet van de sokken blies met zijn debuut “Sunday Shoes”, een plaat die nog altijd vlotjes de top 20 der vaakst gedraaide haalt ten huize H. Vandaag is hij er met zijn vierde CD, volgens de hoes tien songs tellend, maar in werkelijkheid ook voorzien van een hidden track, waarmee ik graag mijn verhaal begin: “Candidate’s Handshake” is een uiterst rustige song over het vervlieden van de tijd en, daarmee gepaard gaande, het verdwijnen van de kommerloze jeugd. Andrews schreef het nummer op een Zweeds eiland op een midzomeravond, toen de middernachtszon een soort weergave van de eeuwigheid leek te zijn. Het arrangement van die song is eigenlijk een mooie samenvatting van de hele plaat. Die baadt namelijk in een Ierse folksfeer, allicht een neveneffect van de productie van de plaat, die in handen was van de Ierse fluitiste Nuala Kennedy, een dame die er stilaan om bekend staat zowat de schatbewaarster te zijn van de Ierse traditie.

Kennedy werkte wel eens samen met de Amerikaanse songwriter A.J. Roach, een goeie vriend van Andrews, met wie hij geregeld samen toert en die ook meeschreef aan de titelsong van deze plaat en aan “Welterweight”. U merkt het vast, lezer: de cirkel zal rond gemaakt worden…ondermeer doordat nog meer fraai volk werd opgetrommeld om de plaat, die bedoeld was als LP, vorm te geven.

Sebastian Steinberg, bekend van Iron & Wine en Soul Coughing, kwam bas spelen, Quinn (Smith), bracht zijn percussie-instrumenten mee naar de studio. Dat was de Whispering Pines Studio in LA, die oorspronkelijk gebouwd werd voor Sam Cooke. Het verhaal gaat dat Nels letterlijk op de vloer van de studio sliep in de periode van drie dagen waarin de plaat werd opgenomen en of het nu waar is op niet, de plaat ademt een heel klassieke, Van Morrison-achtige sfeer uit en je kunt de songs dan ook “etherisch” noemen: op het randje van het zweverige, maar wel met de voeten op de grond, wat de teksten betreft. Nels Andrews is niet zomaar een liedjesschrijver: de man maakt literatuur en het spelen met woorden zit hem duidelijk in de genen.

Gewapend met die troeven, schrijft hij over relaties en hoe je daarin standvastig jezelf kunt zijn (“Scrimshaw” en vooral “Holy Water”), over het alledaagse leven van vandaag en hoe de Fear of Missing Out ons allemaal bedreigt (“Table by The Kitchen). Daarnaast duiken bijzondere figuren op, al dan niet fictieve, zoals de “Pigeon” uit de titelsong of de niet bij naam genoemde oom uit “Lions Jaws”.

De hele plaat ademt rust en reflectie uit en misschien kun je “South of San Gregorio” met zijn leuke steeldrums een beetje een uitzondering noemen, al zal je ook met deze moderne surfers love-story niet meteen uit de bocht gaan wegens overdreven snelheid. Al met al is dit nog maar eens een hele fijne Nels Andrews plaat, waarvan je alleen maar kunt hopen dat ze ’s mans naam nu eindelijk eens echt op de grote kaart zet.

(Dani Heyvaert)

 


Artiest info
Website  
 

video